Of we verlaten de lang in ere gehouden relativiteitstheorie, of we geloven niet langer dat we ons kunnen bezighouden met het voortgezet nauwkeurig voorspellen van de toekomst. Trouwens, het kennen van de toekomst roept een massa vragen op die met gebruikelijke aannamen niet beantwoord kunnen worden, tenzij men eerst een Waarnemer buiten de Tijd projecteert en ten tweede alle beweging tot nul terugbrengt. Als je de relativiteitstheorie aanvaardt, kun je aantonen dat Tijd en Waarnemer in onderlinge verhouding stil moeten staan omdat er anders onnauwkeurigheden optreden. Dat lijkt te betekenen dat het onmogelijk is een nauwkeurige voorspelling te doen omtrent de toekomst. Hoe moeten we dan het voortdurende zoeken van geachte geleerden naar dit denkbeeldige doel verklaren? Hoe moeten we dan Muad'Dib verklaren?

Lezingen over voorzienigheid door Harq al-Ada

A

aIk moet je iets vertellen,' zei Jessica, 'ook al weet ik dat mijn verhaal je aan vele ervaringen uit ons gemeenschappelijk verleden zal herinneren en dat je daardoor in een gevaarlijke situatie terechtkomt.'

Ze zweeg om te kijken hoe Ghanima dit verwerkte.

Ze zaten alleen met zijn tweetjes op lage kussens in een kamer van Vest Tabr. Het had heel wat handigheid gekost om deze ontmoeting te arrangeren en Jessica was er lang niet zeker van dat alleen zij had gemanipuleerd. Ghanima leek elke stap die zij ondernam te voorzien en het effect ervan te vermeerderen.

Het was al bijna twee uur licht en de opwinding van de begroetingen en alle herkenningen was achter de rug. Jessica dwong haar pols tot een normaal tempo en richtte haar aandacht op deze rotskamer met zijn donkere wandtapijten en zijn gele kussens. Ze merkte dat ze om de opgezamelde spanningen de baas te worden, voor het eerst sinds jaren weer een beroep deed op de Litanie tegen de Angst uit de Bene Gesserit ritus.

'Ik moet niet bang zijn. Angst is de moordenaar van het verstand. Angst is een halve dood die volledige vernietiging meebrengt. Ik zal mijn angst onder ogen zien. Ik zal mijn angst over en door me heen laten vloeien. Rn als hij voorbij is, zal ik mijn innerlijk oog op zijn pad richten. Waar de angst is gegaan, is niets achtergebleven. Alleen ik zelf blijf.'

Ze deed dit zwijgend en ademde diep en rustgevend.

'Soms helpt het,' zei Ghanima. 'De Litanie, bedoel ik.'

Jessica sloot haar ogen om haar verbijstering over dit inzicht te verbergen. Het was lang geleden dat iemand haar zo intiem had kunnen aflezen. Dat besef verontrustte haar, vooral omdat ze ertoe was aangezet door een intellect dat zich verborg achter een kinderlijk masker.

Toen Jessica haar angst had geconfronteerd, deed ze haar ogen open en kende ze de bron van haar onrust: Ik ben bang om mijn kleinkinderen. Geen van deze kinderen verraadde de stigmata van Gruwel die Alia zo duidelijk tentoon spreidde, hoewel Leto er alle tekenen van vertoonde dat hij iets verschrikkelijks verborgen hield.

Daarom was hij ook heel handig van deze ontmoeting buitengesloten.

In een opwelling legde Jessica haar vastgegroeide emotionele maskers af omdat ze wist dat die hier weinig zin zouden hebben, een barriA"re zouden vormen tegen de communicatie. Sinds de ogenblikken van min met haar Hertog had ze dit pantser niet meer laten zakken, en ze vond de handeling zowel een opluchting als een pijnlijke ervaring. Er bleven feiten die je met geen vloek of gebed of litanie kon uitwissen. Door te vluchten kon je zulke feiten niet achter je laten. Ze konden niet genegeerd worden. Stukken van Pauls visioen waren opnieuw gerangschikt en de tijd had zijn kinderen ingehaald. Zij waren een magneet in de leegte; kwaad en alle treurige misbruik van macht verzamelden zich om hen heen.

Ghanima die al deze emoties over het gezicht van haar grootmoeder zag trekken, verwonderde zich dat Jessica haar beheersing had afgelegd. Met opmerkelijk gelijktijdige schokkerige hoofdbewegingen draaiden ze zich allebei om, hun blikken ontmoetten elkaar en ze staarden elkaar diepgaand en peilend aan. Zonder een woord te spreken wisselden ze gedachten uit.

Jessica: Ik wil dat je mijn angst ziet.

Ghanima: Nu weet ik dat je van me houdt.

Het was een snel ogenblik van volledig vertrouwen.

Jessica zei: 'Toen je vader nog maar een jongen was heb ik een Eerwaarde Moeder naar Caladan gehaald om hem op de proef te stellen.'

Ghanima knikte. De herinnering daaraan was uitermate levendig.

'Wij Bene Gesserits verzekerden ons er altijd zorgvuldig van of de kinderen die wij grootbrachten mensen waren en geen dieren. Dat kan je aan het uiterlijk niet altijd onderscheiden.'

'Dat komt door je opleiding,' zei Ghanima, en de herinnering vloeide haar gedachten binnen: die oude Bene Gesserit, Gaius Helena Mohiam. Ze was naar Kasteel Caladan gekomen met haar vergiftige gom jabbar en haar doos vol brandende pijn. Pauls hand (Ghanima's eigen hand in de gedeelde herinnering) gilde het uit van de pijn in die doos terwijl de oude vrouw heel kalm vertelde over de onmiddellijke dood die zou volgen als hij zijn hand bij de pijn vandaan zou trekken. En er was geen twijfel geweest aan de echtheid van de dood in die naald die werd klaar-gehouden tegen de hals van het kind terwijl de bejaarde stem de redenering hierachter opdreunde: 'Heb )e wel eens van dieren gehoord die een poot afbijten om uit een val te komen? Dat is echt een truc voor dieren. Een mens zou in de val blijven zitten, de pijn verdragen en net doen of hij dood was, zodat hij de vallenzetter kon doden en een gevaar voor zijn soort uit de weg ruimen.'

Ghanima schudde haar hoofd om de herinnering aan de pijn te verjagen. Het brandt! Het brandt! Paul had gedacht dat de huid van die gekwelde hand in de doos zwart geblakerd was en dat het vlees schroeide en wegbrandde tot alleen nog verkoolde botten overbleven. En het was een truc geweestade hand bleef ongedeerd. Maar bij de herinnering verscheen Ghanima het zweet op haar voorhoofd.

'Natuurlijk kan jij je dit herinneren op een manier die voor mij niet mogelijk is,' zei Jessica.

Door haar herinneringen gedreven, zag Ghanima een ogenblik haar grootmoeder in een ander licht: wat deze vrouw zou kunnen doen vanwege de dringende noodzaken van die vroegere conditionering in de scholen van de Bene Gesserit! Dat wierp nieuwe vragen op omtrent Jessica's terugkeer naar Arrakis.

'Het zou dom zijn zo'n proef op jou of je broer te herhalen,' zei Jessica. 'Jij weet al hoe het afliep. Ik moet wel aannemen dat jullie mensen zijn, dat jullie je geA

'Maar dat neem je helemaal niet aan,' zei Ghanima.

Jessica knipperde met haar ogen, besefte dat het pantser weer terug was gekropen naar zijn oude plaats, en liet het opnieuw zakken. Ze vroeg: 'Geloof je dat ik jullie liefheb?'

'Ja.' Ghanima hief haar hand op toen Jessica wilde gaan spreken. 'Maar die liefde zal je niet verhinderen ons te vernietigen. O, ik ken de redenatie erachter: "Het is beter dat de dierlijke mens sterft dan dat hij zichzelf herschept." En dat gaat vooral op als het dier-mens de naam Atreides draagt.'

'Jij bent tenminste een mens,' flapte Jessica eruit. 'Hierin vertrouw ik mijn instinct wel.'

Ghanima voelde de waarheid hierin en zei: 'Maar van Leto ben je niet zeker?'

'Nee.'

'Gruwel?'

Jessica kon alleen maar knikken.

Ghanima zei: 'Nog niet, in ieder geval. Maar we weten allebei dat het gevaar bestaat. We kunnen aan Alia zien hoe dat gaat.'

Jessica sloeg haar handen voor haar ogen en dacht: Zelfs liefde kan ons niet voor ongewenste feiten beschermen. En toen wist ze dat ze nog steeds van haar dochter hield en dat ze in stilte tegen het lot tekeer ging: Alia! O, Alia! Ik heb zo'n spijt van mijn aandeel in jouw vernietiging.

Ghanima schraapte luidruchtig haar keel.

Jessica liet haar handen zakken en dacht: Misschien treur ik om mijn arme dochter, maar er zijn nu andere noodzakelijke dingen aan de orde. Ze zei: 'Dus jullie hebben herkend wat er met Alia is gebeurd.'

'Leto en ik hebben het zien gebeuren. We waren niet bij machte het te voorkomen hoewel we vele mogelijkheden besproken hebben.'

'Weet je zeker dat je broer vrij is van deze vloek?' 'Dat weet ik zeker.'

Ze kon de rustige zekerheid in die verklaring niet ontkennen. Jessica merkte dat ze hem aanvaardde. En toen: 'Hoe komt het dat jullie eraan ontkomen zijn?'

Ghanima zette de theorie uiteen waarover Leto en zij het eens waren geworden, dat het feit dat zij de specietrance meden terwijl Alia die vaak inging, het verschil veroorzaakte. Ze ging verder en vertelde over zijn dromen en over de plannen die ze besproken haddenazelfs Jacurutu.

Jessica knikte. 'Maar Alia is een Atreides en dat levert enorme problemen op.'

Ghanima besefte plotseling dat Jessica nog steeds treurde om haar Hertog alsof hij pas gisteren was gestorven, dat ze zijn naam en zijn nagedachtenis zou behoeden voor alle dreiging. Persoonlijke herinneringen uit het leven van de Hertog zelf stroomden door Ghanima's bewustzijn om dit besef te versterken en het met begrip te verzachten.

'En,' zei Jessica op kwieke toon, 'hoe zit dat met die Prediker? Ik hoorde enige verontrustende rapporten gisteren na die ellendige Reiniging.'

Ghanima haalde haar schouders op. 'Hij zoua'

'Paul kunnen zijn?'

'Ja, maar we hebben hem niet gezien om het te controleren.' 'Javid lacht om de geruchten,' zei Jessica. Ghanima aarzelde. Toen: 'Vertrouw je die Javid?' Een verbeten lach trok om Jessica's mond. 'Niet meer dan jij.' 'Leto zegt dat Javid om de verkeerde dingen lacht,' zei Ghanima.

'Daarmee is Javids lach afgedaan,' zei Jessica. 'Maar geloven jullie werkelijk dat mijn zoon nog leeft, dat hij in deze vermomming is teruggekeerd?'

'Wij zeggen dat het mogelijk is. En Leto...' Ghanima merkte dat haar mond ineens kurkdroog was en de herinnering aan de angst kneep haar keel dicht. Ze dwong zich dat te overwinnen en vertelde wat Leto haar nog meer had onthuld over zijn voorzienige dromen.

Jessica wiegde haar hoofd heen en weer alsof ze gewond was.

Ghanima zei: 'Leto zegt dat hij deze Prediker moet zoeken om zich te overtuigen.'

'Ja... natuurlijk. Ik had hier nooit weg moeten gaan. Het was laf van me.'

'Waarom kwel je jezelf met schuldgevoelens? Je had je grens bereikt. Dat weet ik. Leto weet het. Misschien weet zelfs Alia het.'

Jessica legde een hand tegen haar keel en wreef even. Toen zei ze: 'Ja, het probleem Alia.'

'Zij oefent een vreemde aantrekkingskracht uit op Leto,' zei Ghanima. 'Daarom hielp ik je dit gesprek met mij alleen te regelen. Hij is het met me eens dat er voor haar geen hoop meer is, maar toch zoekt hij wegen om bij haar te zijn en haar te... bestuderen. En... dit is erg verontrustend. Als ik hiertegen argumenten aanvoer, valt hij in slaap. Hija'

'Geeft ze hem verdovende middelen?'

'Nee-ee-eea' Ghanima schudde haar hoofd. 'Maar hij heeft zo'n eigenaardige empathie voor haar. En... in zijn slaap mompelt hij vaak jacurutu.'

'Al weer!' En voor ze het wist vertelde Jessica alles van Gurney's verslag over de samenzweerders die op de ruimtehaven gegrepen waren.

'Ik ben soms bang dat Alia Jacurutu wil zoeken,' zei Ghanima. 'En ik dacht altijd dat het een legende was. Je kent het verhaal natuurlijk.'

Jessica huiverde. 'Verschrikkelijk verhaal. Verschrikkelijk.'

'Wat moeten we doen?' vroeg Ghanima. 'Ik durf niet goed al mijn herinneringen door te zoeken, al mijn levens...'

'Ghani! Ik ontraad je dat. Je moet niet riskeren dat...'

'Dat kan zelfs gebeuren als ik het niet riskeer. Hoe kunnen we weten wat er precies met Alia is gebeurd?'

'Nee! Jou kan die... die bezetenheid bespaard blijven.' Ze kreeg het woord met moeite uit haar keel. 'Tja... Jacurutu, niet waar? Ik heb Gurney er op uitgestuurd om dat oord te zoekenaals het bestaat.'

'Maar hoe kan hij... O! Natuurlijk: de smokkelaars.'

Jessica was beduusd om dit nieuwe voorbeeld van hoe Ghanima's gedachten samenwerkten met wat het innerlijk bewustzijn van anderen moest zijn. Van mij! Wat was het toch in-en-in-vreemd, dacht Jessica, dat dit jonge lichaam al Pauls herinneringen bezat, tenminste tot aan het ogenblik dat Paul zich met zijn sperma losmaakte van zijn eigen verleden. Het was een inbreuk op de privacy waartegen een soort oerinstinct in Jessica in opstand kwam. Even voelde ze zich wegzakken in het absolute, onverbiddelijke oordeel van de Bene Gesserit: Gruwel! Maar dit kind was zo zachtaardig, ze was zo bereid zich voor haar broer op te offeren, dat kon toch niet ontkend worden.

Wij zijn A(c)A(c)n leven dat zich uitstrekt naar een duistere toekomst, dacht Jessica. Wij zijn van A(c)A(c)n bloed. En ze maakte zich sterk om de gebeurtenissen aan te kunnen die Gurney Halleck en zij op gang hadden gebracht. Leto moest van zijn zuster gescheiden worden en geoefend worden, zoals de Zusters dringend adviseerden.

Kinderen van Duin
titlepage.xhtml
Kinderen van Duin_split_000.htm
Kinderen van Duin_split_001.htm
Kinderen van Duin_split_002.htm
Kinderen van Duin_split_003.htm
Kinderen van Duin_split_004.htm
Kinderen van Duin_split_005.htm
Kinderen van Duin_split_006.htm
Kinderen van Duin_split_007.htm
Kinderen van Duin_split_008.htm
Kinderen van Duin_split_009.htm
Kinderen van Duin_split_010.htm
Kinderen van Duin_split_011.htm
Kinderen van Duin_split_012.htm
Kinderen van Duin_split_013.htm
Kinderen van Duin_split_014.htm
Kinderen van Duin_split_015.htm
Kinderen van Duin_split_016.htm
Kinderen van Duin_split_017.htm
Kinderen van Duin_split_018.htm
Kinderen van Duin_split_019.htm
Kinderen van Duin_split_020.htm
Kinderen van Duin_split_021.htm
Kinderen van Duin_split_022.htm
Kinderen van Duin_split_023.htm
Kinderen van Duin_split_024.htm
Kinderen van Duin_split_025.htm
Kinderen van Duin_split_026.htm
Kinderen van Duin_split_027.htm
Kinderen van Duin_split_028.htm
Kinderen van Duin_split_029.htm
Kinderen van Duin_split_030.htm
Kinderen van Duin_split_031.htm
Kinderen van Duin_split_032.htm
Kinderen van Duin_split_033.htm
Kinderen van Duin_split_034.htm
Kinderen van Duin_split_035.htm
Kinderen van Duin_split_036.htm
Kinderen van Duin_split_037.htm
Kinderen van Duin_split_038.htm
Kinderen van Duin_split_039.htm
Kinderen van Duin_split_040.htm
Kinderen van Duin_split_041.htm
Kinderen van Duin_split_042.htm
Kinderen van Duin_split_043.htm
Kinderen van Duin_split_044.htm
Kinderen van Duin_split_045.htm
Kinderen van Duin_split_046.htm
Kinderen van Duin_split_047.htm
Kinderen van Duin_split_048.htm
Kinderen van Duin_split_049.htm
Kinderen van Duin_split_050.htm
Kinderen van Duin_split_051.htm
Kinderen van Duin_split_052.htm